Naar de inhoud
Pawtrait Atelier

Notities uit het atelier

Kunst boven de bank

6 juni 20263 min. lezen

Kunst aan de muur mislukt zelden door het werk en vaak door de hoogte. Drie drukkersregels voor wie een portret — of welk werk dan ook — wil ophangen.

Het meeste werk aan de muur hangt te hoog. Musea hangen op ooghoogte: het midden van het werk rond de honderdvijfenveertig centimeter van de vloer. Thuis mag het iets persoonlijker, maar wie boven de bank hangt, houdt twintig tot dertig centimeter tussen rugleuning en lijst — hoger, en het werk zweeft los van het meubel.

Dan de maat. Eén werk boven een bank draagt het best wanneer het ongeveer twee derde van de zitbreedte beslaat. Kleiner werk hoeft niet te wijken: drie kleinere portretten naast elkaar — bijvoorbeeld onze tien-bij-vijftien naast een dertig-bij-veertig — vormen samen één compositie, zolang de tussenruimtes gelijk blijven.

Eén goed opgehangen klein werk verslaat drie slecht opgehangen grote.

En het licht. Pigmentinkt op katoenpapier is archiefvast, maar direct zonlicht blijft de vijand van elk werk aan de muur — kies de wand die de zon niet recht raakt, en het portret gaat generaties mee. Een lamp die schuin van boven strijkt doet wat onze spots in de galerij doen: de vacht diepte geven.

Wanddecoratie hoeft kortom geen wetenschap te zijn. Ooghoogte, twee derde, geen volle zon — en de kat kijkt voortaan op u neer, precies zoals zij altijd al vond dat het hoorde.

— het atelier