Naar de inhoud
Pawtrait Atelier

Notities uit het atelier

De zwarte kat in de kunst

4 juni 20264 min. lezen

Geen kat is vaker geschilderd, verguisd en bewonderd dan de zwarte. Een korte geschiedenis — en waarom zwart drukken een vak apart is.

De zwarte kat heeft de merkwaardigste reputatie van de hele soort. De middeleeuwen wantrouwden haar, schreven haar heksen toe en lieten dat de dieren betreuren; de kunst heeft het sindsdien ruimschoots goedgemaakt. Tegen het einde van de negentiende eeuw was de zwarte kat het embleem van de Parijse bohème: Théophile Steinlen tekende voor cabaret Le Chat Noir het affiche dat tot op vandaag op studentenkamers hangt.

Ook de schilderkunst kent haar hoofdrollen. Op Manets Olympia zet een zwarte kat met hoge rug de hele compositie op scherp — een detail dat destijds bijna evenveel schandaal maakte als de rest van het doek. En Edgar Allan Poe gaf de zwarte kater een heel genre: dat van het slechte geweten.

Zwart is op papier nooit zwart; het is de som van alles wat er nét niet is.

In het atelier is de zwarte kat een geliefd en gevreesd model. Geliefd, omdat geen vacht zo grafisch is: twee oren, twee ogen, één silhouet. Gevreesd, omdat zwart drukken precisiewerk is — in de schaduwpartijen moet de vacht blijven leven, anders drukt men een gat in het papier. Daarom drukken wij proef en ijken wij op gekalibreerde monitoren: het verschil tussen een zwart gat en een zwarte kater zit in de laatste vijf procent.

Wie een zwarte kat in huis heeft, weet dat zij fotografisch lastig is — donkere vacht, donkere kamer, teleurstellende foto. De oplossing is dezelfde als altijd: daglicht, ooghoogte, en de ogen scherp. De rest is aan ons.

— het atelier