Notities uit het atelier
De rode kater
Rode katten zijn bijna altijd katers, vrijwel altijd karakters, en op papier het dankbaarste warme palet dat het atelier kent.
Eerst de genetica, want die is te mooi om over te slaan: het gen voor de rode vachtkleur ligt op het X-chromosoom, en daardoor is het overgrote deel van de rode katten een kater. De rode poes bestaat — zij heeft het gen tweemaal nodig — maar zij is een zeldzaamheid. Wie "de rode kater" zegt, zegt dus meestal gewoon: de rode kat.
Karakter wordt rode katers ruimhartig toegedicht: brutaal, aanhankelijk, luid. De wetenschap houdt een slag om de arm, maar de volksmond is beslist — en het atelier durft na honderden portretten voorzichtig mee te knikken. Een oranje kater kijkt zelden bescheiden de lens in.
Oranje is het enige pigment dat van zichzelf al een mening heeft.
Op de drukpers is rood een feest. Waar een zwarte vacht om terughoudendheid vraagt, mag een rode vacht juist gloeien: de cyperse tekening — de strepen en wervels die vrijwel elke rode kat draagt — geeft het portret vanzelf ritme, en pigmentinkt op katoenpapier houdt die warme tinten decennia op temperatuur.
Eén drukkersadvies voor wie een rode kater fotografeert: vermijd de volle middagzon, die de vacht uitbleekt tot abrikoos. Het gouden uur — vroege avond, laag licht — doet wat de naam belooft.
— het atelier