De rassengalerij
Labrador Retriever
Geen ras staat zo vaak op de stoep van het atelier als de Labrador Retriever. Hij kwam als hond van vissers uit Newfoundland naar Engeland, waar hij in de negentiende eeuw op landgoederen tot apporteerhond werd gevormd — en sindsdien zijn werklust ruilde voor een plek naast de bank zonder er iets van te verliezen.
Aan de werkbank is de Labrador een model dat niets verbergt: een brede schedel, oren die dicht tegen de wangen hangen, en een blik die de portrettist recht aankijkt zonder erom te vragen.

- Oorsprong
- Newfoundland, Canada; als ras gevormd in Groot-Brittannië, 19e eeuw
- Vacht
- kort, dicht en dubbel, met een waterafstotende toplaag; zwart, geel of chocoladebruin
- Schofthoogte
- reuen circa 56 tot 57 centimeter; teven iets lager
- Gewicht
- circa 25 tot 36 kilo
- Levensverwachting
- circa 10 tot 12 jaar
- Karakter
- vriendelijk, leergierig en uitgesproken mensgericht
Karakter
De Labrador is een hond zonder achterdocht. Het ras werd gefokt om samen te werken: apporteren, aangeven, terugkomen — en die gerichtheid op de mens maakt hem even geschikt als gezinshond, als blindengeleidehond en als speurhond. Wie hem iets leert, merkt dat hij het graag wil.
Die inzet heeft een keerzijde: verveling en een te ruime voerbak zijn bij dit ras de twee grootste valkuilen. Een Labrador die dagelijks werk krijgt — zoeken, apporteren, zwemmen — is een aangenamer huisgenoot dan een Labrador die alleen wacht.
Uiterlijk en vacht
De vacht is korter dan hij lijkt: een dichte, harde toplaag over een wollige ondervacht, samen waterdicht genoeg voor een sloot in november. Zwart, geel en chocoladebruin zijn de drie erkende kleuren, waarbij geel loopt van bijna wit tot diep vossenrood.
Bij een Labrador zit het portret in de ogen; de rest van de kop is er alleen om ze te dragen.
De kop is breed met een duidelijke stop, de oren hangen dicht langs de wangen en de staart — dik aan de wortel, rond van doorsnede en zonder bevedering — heet in de rasstandaard niet voor niets de otterstaart.
Verzorging
Een wekelijkse borstelbeurt houdt de vacht in orde, met dagelijks werk in de twee ruiperiodes: een Labrador verliest meer haar dan zijn korte vacht doet vermoeden. Belangrijker nog zijn de weegschaal en de beweging; het ras eet graag en verzwaart snel.
Geschiedenis
De voorouder is de waterhond van Newfoundland, die met vissersschepen naar Engelse havens meevoer. Britse landeigenaren — de graven van Malmesbury en de hertogen van Buccleuch voorop — bouwden er in de negentiende eeuw de apporteerhond van die in 1903 als eigen ras werd erkend. Sindsdien staat de Labrador in vrijwel elk land bovenaan de lijsten.
Het portret
Uw Labrador Retriever als kunstportret
Een Labrador heeft geen tekening nodig om te dragen: hij heeft licht nodig. Een egale vacht vraagt om stijlen die met glans en warmte werken, zodat zwart niet dichtslaat en geel niet vervlakt. Fotografeer op ooghoogte bij daglicht — de blik doet de rest.







