Notities uit het atelier
De hond in de schilderkunst
Eerst mocht hij alleen aan de voeten van de baas liggen, als zinnebeeld van trouw. Vier eeuwen later hangt hij zelf in de lijst.
De hond kwam de schilderkunst binnen door de dienstingang. In het zestiende-eeuwse hofportret was hij een attribuut: Titiaan schilderde omstreeks 1529 Federico II Gonzaga met een maltezer onder de hand — het teken van trouw — en zette in 1533 keizer Karel V naast een grote jachthond neer. Beide doeken hangen in het Prado. Het dier was er om iets over de mens te zeggen.
Bij Velázquez begint dat te kantelen. Op Las Meninas (1656, eveneens Prado) ligt vooraan een Spaanse mastiff, en terwijl het halve hof staat te poseren — de infanta, de hofdames, de schilder zelf — slaapt de hond gewoon door, ook al zet iemand zijn voet op diens flank. Het is het enige wezen op het doek dat zich nergens voor uitslooft, en meteen het anker van de hele compositie.
De achttiende eeuw maakt de stap compleet. William Hogarth schilderde in 1745 zijn zelfportret met zijn mopshond Trump ernaast — nu in Tate Britain — en liet de gelijkenis tussen baas en hond nadrukkelijk staan: de koppige kop van het dier stond voor zijn eigen vechtlust. In de Nederlandse genrestukken lag de hond intussen allang binnenshuis. Bij Jan Steen, die zijn naam gaf aan het rommelige huishouden, blaft op "Kinderen leren een poes dansen" (Rijksmuseum) een hond opgewekt mee met de chaos.
Een hond poseert niet. Dat is precies waarom hij zo goed te schilderen is.
In de negentiende eeuw wordt het dier hoofdpersoon. Edwin Landseer hing in 1839 een bloedhond en een veel kleinere terriër in één lijst — Grafton en Scratch, "Dignity and Impudence", Tate — en schilderde newfoundlanders zo vaak dat de zwart-witte variëteit sindsdien landseer heet: vermoedelijk de enige schilder met een hondenras op zijn naam. Anderhalve eeuw later vulde David Hockney een heel boek met zijn twee teckels Stanley en Boodgie, met de droge vaststelling erbij dat honden zich niet voor kunst interesseren en dat eten en genegenheid hun dagen vullen.
Wat dat betekent voor een portret van vandaag? Vooral dit: de traditie ligt er al, u hoeft alleen te kiezen in welke zaal u gaat staan. Wie de hofzaal van Titiaan en Velázquez zoekt, komt uit bij The Renaissance of The Aristocrat. Wie liever naast Hockney gaat staan — vlak, helder, eigenwijs — vindt dat in Modernist Muse. De hond ligt er al vierhonderd jaar bij. Het enige nieuwe is dat hij nu in het midden mag zitten.
— het atelier